Verstoringen van graantransporten uit Rusland en Oekraïne kunnen voedselprijzen verder opdrijven. Vooral landen in Afrika en het Midden-Oosten, die sterk afhankelijk zijn van graanimport, dreigen de gevolgen te ondervinden. Ook andere importafhankelijke landen kunnen worden geraakt.

De internationale voedselzekerheid komt verder onder druk te staan door de toenemende aanvallen op commerciële schepen en haveninfrastructuur in de Zwarte Zee. Rusland en Oekraïne, twee belangrijke leveranciers van graan op de wereldmarkt, zien hun exportmogelijkheden ernstig beperkt door de aanhoudende oorlog. De verstoringen treffen vooral het transport van tarwe en maïs en kunnen leiden tot hogere voedselprijzen, stijgende transportkosten en onzekerheid over de bevoorrading van importerende landen.

De aanvallen richten zich steeds vaker niet alleen op militaire doelen, maar ook op commerciële schepen die olie, gas en landbouwproducten vervoeren. Daarmee wordt de internationale voedselvoorzieningsketen onderdeel van de economische oorlogsvoering tussen beide landen.

In oktober nam het aantal aanvallen op de scheepvaart in de Zwarte Zee sterk toe. Daarbij werden ook schepen getroffen in de economische zones van Roemenië en Bulgarije, beide lidstaten van de NAVO. De incidenten vergroten niet alleen de risico's voor de internationale scheepvaart, maar zorgen ook voor spanningen tussen Rusland en het militaire bondgenootschap.

Volgens een bericht van Reuters van dinsdag 3 november heeft de NAVO aangekondigd haar aanwezigheid in het oostelijke deel van de Zwarte Zee te versterken. De alliantie wil onder meer maritieme patrouillevliegtuigen, radarsystemen en drones inzetten om de veiligheid te verbeteren. De aanvallen hebben de kwetsbaarheid van de scheepvaartroutes langs de NAVO-lidstaten opnieuw duidelijk gemaakt.

Graanexport zwaar getroffen
Rusland is wereldwijd de grootste exporteur van tarwe, terwijl Oekraïne eveneens tot de belangrijkste leveranciers behoort. Samen vertegenwoordigen de twee landen ongeveer 27 procent van de mondiale tarwe-export. Verstoringen van hun uitvoer kunnen daardoor gevolgen hebben voor de internationale graanhandel, vooral voor landen die afhankelijk zijn van deze leveranciers.

De Oekraïense havens aan de Zwarte Zee waren vóór de oorlog verantwoordelijk voor ongeveer 90 procent van de landbouwexport van het land. Door Russische aanvallen op havens en schepen is het gebruik van deze routes sterk teruggelopen. Oekraïne probeert de export daarom via alternatieve verbindingen in stand te houden.

Een belangrijke route loopt via de Donau, waar graan vanuit Oekraïense binnenlandse gebieden naar de havens Izmail en Reni wordt vervoerd. Van daaruit gaat de lading via Roemenië verder naar internationale markten. Daarnaast wordt gebruikgemaakt van spoor- en wegverbindingen door verschillende Europese landen.

Ook deze alternatieve routes zijn echter kwetsbaar. Aanvallen op havenfaciliteiten, schepen en transportinfrastructuur maken het vervoer duurder en minder betrouwbaar.

Volgens gegevens die Reuters dinsdag publiceerde, daalde de Russische graanexport via de Zwarte Zee en de Zee van Azov in september tot ongeveer 300.000 ton. In dezelfde maand vorig jaar bedroeg dat volume nog 4,74 miljoen ton. De Oekraïense graanexport via havens daalde in september tot 810.000 ton, tegenover 2,1 miljoen ton een jaar eerder.

Aanvallen breiden zich uit

De aanvallen beperken zich niet langer tot haveninstallaties. Ook vrachtschepen die landbouwproducten vervoeren, zijn steeds vaker doelwit. Begin oktober werd een vrachtschip met maïs getroffen in de economische zone van Roemenië. Daarbij kwamen twee bemanningsleden om het leven en werden elf anderen gered.

Daarnaast werden in de economische zone van Bulgarije andere commerciële schepen getroffen. De incidenten tonen aan dat de risico's voor de internationale scheepvaart zich steeds verder buiten de directe oorlogsgebieden uitbreiden.

Ook Oekraïne heeft zijn aanvallen op Russische schepen en graanexportfaciliteiten opgevoerd. Russische exportterminals aan de Zwarte Zee en de Zee van Azov zijn daarbij beschadigd. Moskou heeft daardoor een deel van zijn uitvoer moeten verleggen naar havens aan de Oostzee en andere alternatieve routes.

De gevolgen zijn niet alleen merkbaar voor de exporteurs. Ook boeren in beide landen ondervinden problemen doordat hun producten moeilijker de internationale markten bereiken. Hogere vervoerskosten en beperkte opslagmogelijkheden zetten bovendien de landbouwproductie en de financiering van nieuwe oogstseizoenen onder druk.

Hogere prijzen en druk op importlanden
De verstoringen vallen samen met zorgen over de wereldwijde graanproductie en de gevolgen van droogte en klimaatverandering. Minder gunstige oogstverwachtingen in verschillende producerende landen kunnen de druk op de internationale markt verder vergroten.

De gevolgen zijn vooral zorgwekkend voor landen in Afrika en het Midden-Oosten, waar tarwe een belangrijk onderdeel vormt van het dagelijkse voedselpakket. Wanneer deze landen minder graan uit Rusland en Oekraïne kunnen betrekken, moeten zij op zoek naar alternatieve leveranciers. Dat kan gepaard gaan met hogere aankoopprijzen en transportkosten.

Volgens een analyse van S&P Global van 29 oktober kan de verstoring van de scheepvaart in de Zwarte Zee en de Zee van Azov nog minstens drie maanden aanhouden. Landen als Libië, Tunesië en Kenia zullen daardoor mogelijk meer moeten betalen voor graan uit andere producerende landen. Dit kan ook de overheidsbegrotingen onder druk zetten, vooral in landen waar voedselprijzen met subsidies betaalbaar worden gehouden.

De internationale markt beschikt overigens nog over voorraden die een deel van de verstoringen kunnen opvangen. Het Agricultural Market Information System (AMIS) van internationale organisaties wees er in oktober op dat de mondiale graanvoorraden relatief ruim waren en dat de importvraag gematigd bleef. Dat biedt enige bescherming tegen een onmiddellijke wereldwijde voedselcrisis. De hogere exportprijzen en transportkosten blijven echter een risico.

Ook gevolgen voor Suriname
Voor Suriname is de ontwikkeling relevant vanwege de afhankelijkheid van import voor een deel van de voedselvoorziening. Hoewel de verstoringen in de Zwarte Zee niet automatisch tot tekorten in Suriname leiden, kunnen internationale prijsstijgingen en hogere transport- en verzekeringskosten uiteindelijk doorwerken in de prijzen van ingevoerde voedingsmiddelen.

Vooral wanneer de verstoringen langer aanhouden en ook andere belangrijke exporteurs met productieproblemen te maken krijgen, kan de internationale concurrentie om beschikbare voedselvoorraden toenemen.

De ontwikkelingen onderstrepen het belang van een betrouwbare voedselvoorziening, voldoende strategische voorraden en spreiding van importbronnen. Voor landen die sterk afhankelijk zijn van buitenlandse leveranciers, kan een conflict duizenden kilometers verderop uiteindelijk ook gevolgen hebben voor de kosten van levensonderhoud.

De strijd om controle over havens, schepen en handelsroutes in de Zwarte Zee is daarmee niet alleen een militair en economisch vraagstuk. De gevolgen raken ook de internationale voedselzekerheid en kunnen de druk op huishoudens wereldwijd verder vergroten.