De voetbalwereld maakt zich op voor de 70e editie van de Ballon d’Or, de prestigieuze individuele onderscheiding die sinds 1956 wordt uitgereikt aan de beste voetballer van het jaar. Op maandag 26 oktober staat Londen voor het eerst in het teken van de uitreiking. Terwijl de aandacht uitgaat naar de nieuwe generatie sterren en de kanshebbers van dit jaar, blijft één naam de geschiedenis van de prijs domineren: Lionel Messi, met acht Ballon d’Or-trofeeën de recordhouder.

De strijd om de gouden bal is niet alleen een wedstrijd tussen individuele voetballers. De erelijst weerspiegelt ook de geschiedenis van het internationale voetbal, met landen die generaties lang bepalend waren voor het spel. Argentinië en Frankrijk staan bovenaan met elk acht prijzen, gevolgd door Portugal, Duitsland en Nederland met ieder zeven.

De editie van 2026 heeft bovendien een symbolisch karakter. De prijs bestaat zeventig jaar en keert voor de jubileumviering terug naar het land van Stanley Matthews, de Engelse aanvaller die in 1956 de allereerste Ballon d’Or won.

Geen enkele speler heeft de Ballon d’Or zo vaak gewonnen als Lionel Messi. De Argentijn veroverde de trofee acht keer: in 2009, 2010, 2011, 2012, 2015, 2019, 2021 en 2023. Daarmee heeft hij in zijn eentje alle acht prijzen van Argentinië op zijn naam gebracht.

Messi’s record onderstreept hoe uitzonderlijk zijn carrière is geweest. Zijn dominantie strekte zich uit over verschillende voetbalgeneraties, zowel bij FC Barcelona als bij Paris Saint-Germain en later Inter Miami. Met zijn spelinzicht, dribbelvaardigheid, doelpunten en vermogen om wedstrijden te beslissen, groeide hij uit tot een van de invloedrijkste voetballers aller tijden.
Lionel Messi is aanwezig bij de 67e uitreiking van de Ballon d'Or in het Théâtre du Châtelet, 30 oktober 2023. (Getty Images)

Zijn achtste onderscheiding, in 2023, volgde op de wereldtitel die hij met Argentinië veroverde tijdens het WK van 2022 in Qatar. Die bekroning gaf een extra historische dimensie aan zijn persoonlijke erelijst.

Messi’s voorsprong op Cristiano Ronaldo vormt een van de opvallendste statistieken van de moderne voetbalgeschiedenis. Waar de Argentijn acht keer werd bekroond, staat de Portugese ster op vijf Ballon d’Or-prijzen. Jarenlang bepaalden zij samen het debat over wie de beste voetballer van hun generatie was.

Frankrijk evenaart Argentinië
Frankrijk heeft eveneens acht Ballon d’Or-trofeeën verzameld, maar de prijzen zijn verdeeld over zes spelers. De meest succesvolle Fransman is Michel Platini, die de onderscheiding drie opeenvolgende jaren won: 1983, 1984 en 1985.

De Franse erelijst omvat daarnaast Raymond Kopa, winnaar in 1958, Jean-Pierre Papin in 1991, Zinédine Zidane in 1998 en Karim Benzema in 2022. Ousmane Dembélé bracht Frankrijk in 2025 op gelijke hoogte met Argentinië.
Ousmane Dembélé van Paris Saint-Germain viert het winnen van de Ballon d'Or voor mannen in 2025. (Foto: Reuters)

De Franse successen laten zien dat het land gedurende verschillende tijdperken spelers van wereldklasse heeft voortgebracht. Van Platini’s dominantie in de jaren tachtig tot Zidane’s wereldwijde uitstraling en de prestaties van de moderne generatie: Frankrijk heeft een blijvende rol gespeeld in de strijd om de individuele hoofdprijs.

Met Kylian Mbappé en andere spelers van de huidige generatie blijft het land bovendien vertegenwoordigd in de discussie over de beste voetballer ter wereld.

Portugal: Ronaldo als boegbeeld
Portugal staat met zeven Ballon d’Or-prijzen op de derde plaats, samen met Duitsland en Nederland. De Portugese successen zijn verdeeld over drie spelers: Eusébio won in 1965, Luís Figo in 2000 en Cristiano Ronaldo in 2008, 2013, 2014, 2016 en 2017.

Ronaldo’s vijf onderscheidingen kwamen tot stand tijdens een periode waarin hij samen met Messi het internationale clubvoetbal beheerste. Zijn doelpuntenproductie, fysieke kracht, kopvaardigheid en langdurige prestaties op het hoogste niveau maakten hem tot een van de meest succesvolle aanvallers uit de voetbalgeschiedenis.
Cristiano Ronaldo (Manchester United) ontvangt de Ballon d'Or nadat hij is verkozen tot Europees Voetballer van het Jaar; dit gebeurde voorafgaand aan de UEFA Champions League-wedstrijd in groep E tussen Manchester United en Aalborg op Old Trafford, op 10 december 2008 in Manchester, Engeland. (Getty Images)
Dat Portugal zeven prijzen heeft, is opmerkelijk voor een land dat in inwonertal aanzienlijk kleiner is dan veel andere Europese voetballanden. De prestaties van Eusébio, Figo en Ronaldo hebben het land een prominente plaats in de geschiedenis van de Ballon d’Or bezorgd.

Duitsland en Nederland: grootmachten uit het verleden

Duitsland heeft zeven Ballon d’Or-prijzen gewonnen, verdeeld over vijf spelers. Gerd Müller won in 1970, Franz Beckenbauer in 1972 en 1976, Karl-Heinz Rummenigge in 1980 en 1981, Lothar Matthäus in 1990 en Matthias Sammer in 1996.

De Duitse erelijst weerspiegelt de invloed van het land op het Europese voetbal, met name in de jaren zeventig en tachtig. Beckenbauer was als verdediger en spelmaker een vernieuwende figuur, terwijl Müller bekendstond om zijn uitzonderlijke neus voor doelpunten.

Nederland heeft eveneens zeven prijzen, maar die zijn verdeeld over slechts drie spelers. Johan Cruyff won de trofee in 1971, 1973 en 1974. Ruud Gullit volgde in 1987 en Marco van Basten won in 1988, 1989 en 1992.

Vooral Cruyff drukte een onuitwisbare stempel op het voetbal. Zijn invloed reikte verder dan zijn persoonlijke onderscheidingen: ook als speler en later als trainer hielp hij het Nederlandse voetbal internationaal op de kaart te zetten.

Dat Nederland en Duitsland al decennia geen nieuwe winnaar hebben voortgebracht, maakt hun historische prestaties niet minder indrukwekkend. Het onderstreept wel hoe moeilijk het is om een individuele onderscheiding als de Ballon d’Or te blijven winnen.

Brazilië, Engeland en Italië volgen
Brazilië, Engeland en Italië hebben elk vijf Ballon d’Or-prijzen op hun naam staan.

Voor Brazilië waren Ronaldo, Rivaldo, Ronaldinho en Kaká de belangrijkste prijswinnaars. Ronaldo won in 1997 en 2002, Rivaldo in 1999, Ronaldinho in 2005 en Kaká in 2007. Daarmee heeft Brazilië een rijke erelijst, hoewel het land sinds Kaká geen nieuwe winnaar van de mannelijke hoofdprijs heeft voortgebracht.

Engeland kent eveneens vijf overwinningen. Stanley Matthews won de eerste editie in 1956, Bobby Charlton werd bekroond in 1966, Kevin Keegan won in 1978 en 1979 en Michael Owen volgde in 2001.
De Engelse aanvaller Harry Kane van Bayern München (rechts) viert samen met zijn teamgenoten het doelpunt voor de 2-2 stand tijdens de UEFA Champions League-wedstrijd tussen Viking FK en FC Bayern München in Stavanger, Noorwegen, op 13 oktober 2026. (Foto: AFP)

Voor Engeland krijgt de editie van 2026 extra betekenis doordat de ceremonie in Londen plaatsvindt. Harry Kane geldt als een van de opvallende kandidaten, na een uitzonderlijk productief seizoen bij Bayern München. Ook Jude Bellingham en Declan Rice behoren tot de Engelse spelers die in de aanloop naar de uitreiking in de belangstelling staan.

Italië heeft vijf winnaars voortgebracht: Omar Sívori in 1961, Gianni Rivera in 1969, Paolo Rossi in 1982, Roberto Baggio in 1993 en Fabio Cannavaro in 2006. De laatste Italiaanse winnaar was Cannavaro, die na het WK van 2006 werd bekroond.

Spanje en de nieuwe generatie
Spanje heeft volgens de historische telling vier Ballon d’Or-prijzen verzameld. Alfredo Di Stéfano won in 1957 en 1959, Luis Suárez in 1960 en Rodri in 2024.

De Spaanse voetbalgeschiedenis kent daarmee een opvallende combinatie van individuele sterren en succesvolle teams. Rodri’s overwinning in 2024 was bijzonder, omdat middenvelders die vooral uitblinken in het controleren van wedstrijden minder vaak de hoofdprijs winnen dan aanvallers.
Rodri (Manchester United) toont zijn Ballon d'Or-trofee voorafgaand aan de Premier League-wedstrijd tussen Manchester City FC en Tottenham Hotspur FC in het Etihad Stadium op 23 november 2024 in Manchester, Engeland. (Getty Images)

De jonge Lamine Yamal geldt intussen als een van de gezichten van een nieuwe generatie. Zijn ontwikkeling bij FC Barcelona en het Spaanse nationale elftal heeft hem internationaal in de schijnwerpers geplaatst. De strijd om de Ballon d’Or draait daarmee ook om de vraag of gevestigde sterren hun dominantie kunnen behouden tegenover spelers die nog aan het begin van hun carrière staan.

Hoe wordt de winnaar gekozen?
De Ballon d’Or is geen prijs die uitsluitend op basis van doelpunten wordt toegekend. Bij de beoordeling spelen drie criteria een rol: de individuele prestaties en het beslissende karakter daarvan, de prestaties van het team en de gewonnen prijzen, en de klasse en sportiviteit van de speler.

Daarmee kan een aanvaller met een indrukwekkend aantal doelpunten niet automatisch rekenen op de trofee. Ook de invloed op het spel, de bijdrage aan successen van de club en de prestaties op internationaal niveau kunnen zwaar wegen.

De uitreiking van 2026 belooft daarom meer te worden dan een strijd tussen statistieken. Het is ook een beoordeling van wie in de voorbije periode het meest bepalend is geweest voor het voetbal.

Een prijs die generaties verbindt

Sinds de eerste uitreiking in 1956 is de Ballon d’Or uitgegroeid tot een van de bekendste individuele onderscheidingen in de sport. De prijs heeft verschillende tijdperken overbrugd: van de Europese voetbalsterren uit de beginjaren tot de wereldwijde supersterren van vandaag.

De cijfers tonen hoe sterk enkele landen hun stempel hebben gedrukt op de geschiedenis. Argentinië dankt zijn acht prijzen volledig aan Messi, terwijl Frankrijk zijn totaal over zes spelers heeft verdeeld. Portugal heeft met Ronaldo een vergelijkbare individuele dominantie gekend, maar met twee andere winnaars ook een bredere traditie opgebouwd.

Op 26 oktober wordt in Londen duidelijk wie zich bij de winnaars voegt. Of de nieuwe generatie de geschiedenis verder herschrijft, zal moeten blijken. Eén gegeven staat vast: de achtvoudige winnaar Messi heeft de lat uitzonderlijk hoog gelegd.