PARAMARIBO — “Het hebben van zo’n plan en een visie is fundamenteel om te kunnen gaan werken aan oplossingen. Het is niet genoeg, het is het fundament!” Dat benadrukte president Jennifer Geerlings-Simons woensdag (vandaag) toen haar de Nationale Onderwijsvisie 2035 en het Onderwijs Actieplan Suriname 2026-2031 werd aangeboden. Het plan maakt deel uit van de onderwijsvisie voor de periode tot 2035 en is gericht op het aanpakken van vraagstukken binnen het Surinaamse onderwijssysteem, licht de Communicatiedienst Suriname toe.
Volgens het staatshoofd bevindt het onderwijs zich momenteel in een diep dal, zowel op materieel als inhoudelijk gebied. Er zijn uitdagingen op het gebied van schoolmeubilair, schoollokalen, personeel en leermateriaal. Ze maakte duidelijk dat een duidelijke visie noodzakelijk is om de uitdagingen binnen de sector aan te pakken.
“Het hebben van zo’n plan en een visie is fundamenteel om te kunnen gaan werken aan oplossingen”
President Jennifer Geerlings-Simons
Geerlings-Simons benadrukte dat de vernieuwing en verbetering van het onderwijs gezamenlijke inzet vereisen van de overheid, leerkrachten, ouders en het bedrijfsleven. Ze riep alle betrokkenen op om de gezamenlijke visie vast te houden en deze om te zetten in concrete verbeteringen binnen het onderwijs.
Nadat zij de documenten in ontvangst had genomen, overhandigde de president deze aan minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur met de opdracht om te starten met de uitvoering van de plannen en maatregelen die in het actieplan zijn opgenomen. Hoewel het staatshoofd beseft dat onderwijsvernieuwing niet binnen een jaar kan worden gerealiseerd, moet er volgens haar elk jaar verbetering zichtbaar zijn.
Geerlings-Simons kent “een centrale rol” toe aan leerkrachten bij het realiseren van de onderwijsvisie. Naast financiële waardering moeten hun deskundigheid en de positie van het beroep meer erkenning krijgen. Ze wil op korte termijn verder werken aan de middelbare beroepsopleidingen en de aansluiting op het bedrijfsleven, waaronder de goud- en oliebedrijven.
Concrete actiepunten
Currie benadrukte dat het onderwijsplan niet bij beleid en theorie mag blijven, maar moet worden vertaald naar concrete actiepunten. Hij wees erop dat de uitvoering gefaseerd zal plaatsvinden, omdat niet alles in één keer kan worden gerealiseerd.
De bewindsman onderstreepte verder dat de ontwikkeling van het onderwijs een verantwoordelijkheid is van de hele samenleving. Naast de regering moet het bedrijfsleven een belangrijke rol vervullen bij het begeleiden van jongeren en het creëren van mogelijkheden voor iedereen.
Drie pijlers
Rebekka Brown-Kortram, voorzitter van de presidentiële werkgroep Nationaal Onderwijscongres, legde uit dat het plan is opgebouwd rond drie pijlers. De eerste betreft de randvoorwaarden die nodig zijn voor stabiel onderwijs, waaronder wetgeving, verantwoording, infrastructuur en digitalisering. De tweede pijler behelst de leerinhoud en de vraag wat studenten in de periode tot 2035 daadwerkelijk nodig hebben. De derde pijler is gericht op inclusiviteit, waarbij niemand achter mag worden gelaten.
Volgens Brown-Kortram is met de overhandiging de volgende stap aangebroken, namelijk de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. De voorzitter, die het plan aan de president heeft aangeboden, maakte duidelijk dat de werkgroep op één lijn is met de regering, die eveneens heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van het plan.
Bij de overhandiging waren woensdag ook aanwezig Adriana La Valley, landenvertegenwoordiger van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en een vertegenwoordiger van het Unicef.
