
President Jennifer Simons heeft officieel de Nationale Onderwijsvisie 2035 en het Onderwijs Actieplan Suriname 2026-2031 in ontvangst genomen. Het plan maakt deel uit van de onderwijsvisie voor de periode tot 2035 en is gericht op het aanpakken van vraagstukken binnen het Surinaamse onderwijssysteem. De overhandiging geschiedde op woensdag 21 september 2026 in aanwezigheid van minister Dirk Currie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, presidentiële werkgroep Nationaal Onderwijscongres, landenvertegenwoordiger Adriana La Valley van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB), en een vertegenwoordiger van UNICEF
President Simons benadrukte dat de vernieuwing en verbetering van het onderwijs gezamenlijke inzet vereisen van de overheid, leerkrachten, ouders en het bedrijfsleven. Volgens haar is een duidelijke visie noodzakelijk om de uitdagingen binnen de sector aan te pakken. “Het hebben van zo’n plan en een visie is fundamenteel om te kunnen gaan werken aan oplossingen. Het is niet genoeg, het is het fundament”, aldus president Simons. Volgens het staatshoofd bevindt het onderwijs zich momenteel in een diep dal, zowel op materieel als inhoudelijk gebied. Er zijn uitdagingen op het gebied van schoolmeubilair, schoollokalen, personeel en leermateriaal.
Hoewel onderwijsvernieuwing niet binnen een jaar kan worden gerealiseerd, moet er volgens de president elk jaar verbetering zichtbaar zijn. Het staatshoofd zei dat leerkrachten een centrale rol spelen bij het realiseren van de onderwijsvisie. Naast financiële waardering moeten ook hun deskundigheid en de positie van het beroep meer erkenning krijgen. Daarnaast wil de president op korte termijn verder werken aan de middelbare beroepsopleidingen en de aansluiting op het bedrijfsleven, waaronder de goud- en oliebedrijven. Het staatshoofd riep alle betrokkenen op om de gezamenlijke visie vast te houden en deze om te zetten in concrete verbeteringen binnen het onderwijs.
Minister Currie benadrukt dat het onderwijsplan niet bij beleid en theorie mag blijven, maar moet worden vertaald naar concrete actiepunten. Bij de presentatie van het plan wees hij erop dat de uitvoering gefaseerd zal plaatsvinden, omdat niet alles in één keer kan worden gerealiseerd. De bewindsman onderstreepte verder dat de ontwikkeling van het onderwijs een verantwoordelijkheid is van de hele samenleving. Naast de regering moet ook het bedrijfsleven een belangrijke rol vervullen bij het begeleiden van jongeren en het creëren van mogelijkheden voor iedereen.
Rebekka Brown-Kortram, voorzitter van de presidentiële werkgroep Nationaal Onderwijscongres, zei dat het plan is opgebouwd rond drie pijlers. De eerste richt zich op de randvoorwaarden die nodig zijn voor stabiel onderwijs, waaronder wetgeving, verantwoording, infrastructuur en digitalisering. De tweede pijler betreft de leerinhoud en de vraag wat studenten in de periode tot 2035 daadwerkelijk nodig hebben. De derde pijler is gericht op inclusiviteit, waarbij niemand achter mag worden gelaten.
Volgens de voorzitter, die het plan aan de president heeft aangeboden, is de werkgroep op één lijn met de president en de regering. De regering heeft eveneens bijgedragen aan de ontwikkeling van het plan. Met de overhandiging is volgens Brown-Kortram de volgende stap aangebroken: de uitvoering van de voorgestelde maatregelen. Nadat zij het document in ontvangst had genomen, heeft de president dit overhandigd aan minister Currie met de opdracht om te starten met de uitvoering van de plannen en maatregelen die in het actieplan zijn opgenomen.