Mike Noersalim, minister van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV), zegt dat het ministerie blijft investeren in trainingen en begeleiding van landbouwers om het verantwoord gebruik van pesticiden, te bevorderen. Dit naar aanleiding van zorgen die in de media zijn geuit over het gebruik van bestrijdingsmiddelen bij de productie van groenten en andere landbouwproducten.
Op 14 oktober jongstleden benadrukte de minister dat landbouwers een eigen verantwoordelijkheid dragen voor de voedselveiligheid. Volgens hem heeft LVV de afgelopen periode al verschillende trainingen verzorgd en worden deze activiteiten voortgezet.
Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan het juiste gebruik van pesticiden en het naleven van veiligheidsvoorschriften.
Noersalim wees er ook op dat er vermoedelijk gevallen zijn geweest waarbij verboden pesticiden het land zijn binnengesmokkeld. Het ministerie beschikt over een lijst van verboden middelen, maar wil de controle verder versterken, om het gebruik van dergelijke stoffen tegen te gaan.
Een belangrijke stap daarin is de voorbereiding van wetgeving die het ministerie meer mogelijkheden moet bieden om op te treden. De minister heeft verteld dat hij ernaar streeft dat de zogenoemde pesticidenwet uiterlijk volgend jaar door De Nationale Assemblée, wordt goedgekeurd. Daarmee moet een sterkere juridische basis ontstaan om controles uit te voeren en overtredingen aan te pakken.
Daarnaast werkt LVV aan de afronding van een residulaboratorium, waarmee onderzoek kan worden gedaan naar resten van pesticiden in landbouwproducten. Volgens de minister is de bouwkundige fase voor 99,9 procent afgerond en wordt de oplevering tegen eind oktober verwacht.
De aanschaf van de benodigde apparatuur wordt voorbereid via een project van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB). De minister verwacht dat de apparatuur in het eerste of tweede kwartaal van 2027, beschikbaar kan zijn. Ook wordt gewerkt aan de mogelijkheid om onderzoek te doen naar zware metalen. Hiervoor zal het personeel eveneens moeten worden opgeleid.
Met het laboratorium wil LVV beter kunnen vaststellen of landbouwproducten resten van bestrijdingsmiddelen bevatten en in hoeverre deze binnen de toegestane normen vallen.
De minister uitte ook zijn zorgen over de manier waarop sommige landbouwers met pesticiden omgaan. Zo komt het volgens hem voor dat landbouwers bestrijdingsmiddelen gebruiken zonder de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen te dragen. Ook wees hij op het mengen van verschillende middelen en het niet naleven van de voorgeschreven veiligheidstermijnen tussen het bespuiten en oogsten van gewassen.
Volgens Noersalim is daarom niet alleen controle vanwege de overheid nodig, maar ook meer bewustwording bij landbouwers zelf. Goede voorlichting en het naleven van de gebruiksvoorschriften zijn volgens hem essentieel om risico’s voor zowel de landbouwers als de consument te beperken.
LVV onderzoekt daarnaast mogelijkheden om biologische bestrijdingsmiddelen te stimuleren. Er zijn volgens de minister al bedrijven die dergelijke middelen promoten. Hoewel deze aanpak mogelijk tot hogere productiekosten kan leiden, wil het ministerie bekijken, hoe landbouwers op andere manieren kunnen worden ondersteund om die kosten te beperken.
Naast wetgeving, training en laboratoriumonderzoek wil LVV ook inzetten op mechanisatie en technologische vernieuwing. De minister maakte melding van een goedgekeurd project van 1,6 miljoen USD voor de aanschaf van landbouwmachines. De aanbesteding heeft volgens hem, reeds plaatsgevonden.
Met de machines wil het ministerie landbouwers ondersteunen bij onder meer het klaarmaken van landbouwgrond en het verwijderen van begroeiing. Hierdoor moeten de productiekosten dalen en kunnen groenten en fruit uiteindelijk betaalbaarder worden voor de consument.
Ook het gebruik van drones wordt voorbereid, met name voor toepassingen binnen de rijstbouw, zoals bemesting en de bestrijding van plagen. Deze technologie moet landbouwers helpen efficiënter te werken en de kosten verlagen.
Noersalim benadrukte dat de aanpak van het pesticidenvraagstuk deel uitmaakt van een breder beleid om de landbouwsector te versterken. Volgens hem zijn wetgeving, training, betere controle en de mogelijkheid om landbouwproducten daadwerkelijk te testen, belangrijke voorwaarden om de voedselveiligheid in Suriname te verbeteren.