Wie de rechtstaat wil versterken, moet oppassen dat hij haar niet met nieuwe wetten verzwakt
INGEZONDEN
Wanneer politici zich rechtstreeks met de rechtsgang of rechtspraak bemoeien, wordt een rechtstaat niet alleen bedreigd. Zij kan ook langzaam worden uitgehold door wetten en institutionele veranderingen die de rechterlijke macht afhankelijk kunnen maken van politieke besluitvorming. Wat deze kwestie opnieuw urgent maakt, is de recente waarschuwing van hofpresident Iwan Rasoelbaks.
Bij de opening van het nieuwe zittingsjaar waarschuwde Rasoelbaks voor voorgenomen veranderingen binnen de rechterlijke macht en het Openbaar Ministerie (OM). Vooral de inrichting van een derde hogere rechtsprekende instantie, de positie van het OM en de organisatie van de rechterlijke macht vragen volgens hem om zorgvuldigheid. Zonder voldoende waarborgen voor deskundigheid en onafhankelijkheid kan hervorming juist leiden tot verzwakking van het rechtssysteem.
Dat is een waarschuwing die niet lichtvaardig terzijde mag worden geschoven.
Suriname heeft behoefte aan een sterke, deskundige en toegankelijke rechterlijke macht. De introductie van een derde rechtsprekende instantie kan daarbij een belangrijke stap zijn. Maar de vraag is niet alleen óf er een derde instantie moet komen. De veel belangrijkere vraag is: hoe wordt voorkomen dat deze instantie politiek afhankelijk wordt van politieke besluitvorming?
Rechters moeten hun taak onafhankelijk kunnen uitvoeren, zonder politieke druk en zonder afhankelijk te zijn van de machthebbers die zij soms moeten controleren. Dat vraagt niet alleen om goede wetten, maar ook om duidelijke institutionele waarborgen. Daarmee komen we bij een fundamenteler probleem: wie bewaakt de bemakers van de rechtstaat?
Een regering kan vandaag een sterke politieke meerderheid hebben, maar morgen een oppositiepartij zijn. Wie wetten maakt die instituties afhankelijk maken van politieke machtsverhoudingen, kan uiteindelijk zelf slachtoffer worden van diezelfde constructie. Dat is precies waarom de inrichting van de rechtstaat niet afhankelijk mag zijn van de belangen van de regering van de dag. Daarom moet Suriname ook kritisch kijken naar de vermenging van staatsmacht en partijmacht.
De president en ministers zijn politieke ambtsdragers. Zij mogen uiteraard politieke overtuigingen hebben en lid zijn van een politieke partij. Maar het is de vraag of het wenselijk is dat iemand die tegelijkertijd staatsmacht uitoefent, ook formeel bestuursverantwoordelijkheid draagt binnen een politieke organisatie.
Wie beide functies combineert, bevindt zich immers voortdurend op het snijvlak van partijbelang en staatsbelang. Daarom verdient het overweging om president en ministers tijdens hun ambtsperiode wettelijk uit te sluiten van formele bestuursfuncties binnen politieke organisaties. Het gaat daarbij niet om een verbod op partijlidmaatschap of politieke overtuiging. Het gaat om een duidelijke institutionele scheiding tussen het besturen van de staat en het dagelijks besturen van een politieke organisatie.
Juist die scheiding kan het vertrouwen van burgers in de overheid versterken. Ook de positie van het Openbaar Ministerie verdient bijzondere aandacht. Het OM heeft een cruciale taak in de rechtstaat: het moet strafbare feiten vervolgen en daarbij professioneel en onafhankelijk kunnen handelen. Wanneer benoemingen, ontslagen of aansturing te sterk afhankelijk worden van politieke machtsverhoudingen, kan het vertrouwen van burgers in een onafhankelijke rechtsgang onder druk komen te staan.
Dat brengt ons terug bij de kern van de gijzeling van de rechtstaat. Een rechtstaat wordt gegijzeld wanneer haar instituties niet meer voldoende vrij zijn om hun constitutionele taak uit te voeren. Dat hoeft niet altijd zichtbaar te gebeuren. Er hoeft geen rechter publiekelijk onder druk te worden gezet. Het kan ook subtieler: via benoemingsprocedures, financiële afhankelijkheid, organisatorische bevoegdheden, gebrekkige wetgeving of een te grote vermenging van partijbelang en staatsbelang.
Daarom is de waarschuwing van Rasoelbaks belangrijk. Hij pleit niet tegen modernisering van de rechtspraak. Het gaat juist om hervorming die de rechterlijke macht daadwerkelijk versterkt en niet onbedoeld afhankelijk maakt.
Suriname staat daarmee voor een fundamentele keuze: willen we instituties die afhankelijk zijn van de politieke machthebbers van het moment, of willen we instituties die sterk genoeg zijn om óók de overheid aan het recht te houden?
Het antwoord zou duidelijk moeten zijn. Bij iedere voorgenomen wetswijziging moet daarom niet alleen worden gevraagd: “Wat willen wij veranderen?” Maar vooral: “Welke macht krijgt hierdoor meer invloed, welke macht verliest invloed en welke waarborgen beschermen de burger?”
Dat vraagt om een brede discussie. Rechterlijke macht, OM, advocatuur, juridische deskundigen, parlement en samenleving moeten daadwerkelijk worden gehoord voordat ingrijpende hervormingen worden doorgevoerd. De rechtstaat is geen bezit van een regering, een politieke partij, het parlement of de rechterlijke macht. Zij behoort toe aan de samenleving.
Wie vandaag de onafhankelijkheid van de rechtstaat verzwakt om politieke redenen, kan morgen ontdekken dat dezelfde verzwakte rechtstaat tegen hemzelf wordt gebruikt. Het ‘boemerangeffect’ waarvoor Rasoelbaks dus waarschuwt.
Suriname heeft daarom geen behoefte aan wetten die de macht verder concentreren, maar aan wetten en instituties die macht begrenzen. De beste hervorming is niet de hervorming die de overheid sterker maakt, maar de hervorming die de burger beter beschermt tegen iedere overheid die te machtig wordt.
R.A. Boldewijn, LBB
De redactie van de Ware Tijd stelt lezers in de gelegenheid stukken in te zenden ter publicatie. In principe worden alle ingezonden artikelen opgenomen, tenzij de inhoud schadelijk, kwetsend of beledigend is voor derden. Stukken die worden geplaatst komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de mening van de Ware Tijd. De redactie behoudt zich het recht voor om stukken niet te plaatsen, of in te korten of te redigeren zonder dat die uit hun context worden gehaald.