De kantonrechter heeft J.A. veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf voor seksueel misbruik van zijn twaalfjarige stiefdochter. Van de opgelegde straf is één jaar voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar. De tijd die de man in voorarrest heeft doorgebracht, wordt van zijn straf afgetrokken.

Tijdens de behandeling van de strafzaak kwam naar voren dat J.A. zijn minderjarige stiefdochter meerdere malen seksueel heeft misbruikt. Volgens de rechter bleek uit de verklaring van het meisje, een getuigenverklaring en medische informatie dat de man haar enkele malen met een vinger had gepenetreerd.

De medische bevindingen speelden een belangrijke rol bij het bewijs. Daaruit bleek dat het kind inwendig letsel had opgelopen. De verklaringen en de medische informatie vormden, in samenhang met de overige bewijsmiddelen, voor de rechter voldoende grond om de ontucht bewezen te verklaren.

De raadsvrouw van J.A. had vrijspraak gevraagd. Zij voerde aan dat er onvoldoende bewijs was om haar cliënt te veroordelen. De kantonrechter ging voor het zedenfeit niet mee in dat verweer.

Het Openbaar Ministerie had zowel de ontucht als een afzonderlijk ten laste gelegde mishandeling van de zoon van J.A. bewezen geacht en zes jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf geëist. De rechter kwam uiteindelijk tot een lagere straf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk.

Vrijspraak voor mishandeling zoon
J.A. stond daarnaast terecht voor de vermeende mishandeling van zijn zoon. Volgens de officier van justitie had hij een tondeuse naar het kind gegooid, waardoor de jongen letsel zou hebben opgelopen.

Voor dit feit achtte de rechter het bewijs echter onvoldoende. Daarbij woog mee dat het politieonderzoek naar dit onderdeel van de zaak niet verder was voortgezet. Volgens de rechter ontbrak daardoor het noodzakelijke bewijs om J.A. ook voor de mishandeling te veroordelen. Hij werd voor dit feit vrijgesproken.

Tijdens zijn verblijf in het cellenhuis zou J.A. zelf zijn mishandeld. De officier van justitie heeft vanwege die situatie geprobeerd hem naar een ander cellenhuis te laten overbrengen, maar dat is vooralsnog niet gelukt.

De vermeende mishandeling van J.A. in het cellenhuis wordt volgens de officier van justitie onderzocht. Dat onderzoek staat los van de strafzaak waarin hij is veroordeeld voor het seksueel misbruik van zijn stiefdochter.

Met het vonnis achtte de kantonrechter het seksueel misbruik van de twaalfjarige wettig en overtuigend bewezen. Voor de vermeende mishandeling van zijn zoon ontbrak volgens de rechter voldoende bewijs.