In het tweede en derde deel van mijn serie ‘Delegatie en het fiscaal legaliteitsbeginsel in de Surinaamse constitutie’ (Surinaams Juristenblad 2026-1, en nog te verschijnen in SJB 2027) toets ik de grondwettelijke formuleringen in regelgevingsopdrachten aan de rechtshistorie van verschillende wetten en de constitutie. Eén van deze wetten is de Wet Geldelijke Voorzieningen President en Vice-president van de Republiek Suriname (Wet van 29 november 2024, S.B. 2024 no. 159). Artikel 3 van deze wet stelt de bezoldiging van de President op 400% van de bezoldiging van een Departementsdirecteur van Algemene Dienst (hierna: ‘directeursloon’). Artikel 112 van de grondwet eist dat de bezoldiging van de President ‘bij wet’ wordt geregeld. Die formulering betekent dat DNA-leden moeten stemmen op iedere wijziging van de bezoldiging.
Dit kan op een paar manieren worden gedaan. Het ligt het meest voor de hand om het bedrag van de bezoldiging in de wet op te nemen. Andere mogelijkheden zijn een fiscale rekeneenheid die ‘bij wet’ wordt geherwaardeerd, of een formule waarvan de grondslag ‘bij wet’ wordt vastgesteld en gewijzigd. Bijvoorbeeld kan een nationaal minimumloon ‘bij wet’ worden vastgesteld, en de bezoldiging van de President als een factor van die grondslag worden gedefinieerd. Het is essentieel dat DNA-leden stemmen op iedere wijziging die de bezoldiging van de President raakt.
De wet van 29 november 2024 gebruikt een factor van het directeursloon. Het directeursloon wordt echter bij Staatsbesluit vastgesteld, overeenkomstig artikel 17 van de Personeelswet. De implicatie hiervan is dat de President door wijziging van het directeursloon ook zijn/haar eigen bezoldiging kan verhogen, zonder inmenging van de Nationale Assemblée. Dit is in flagrante strijd met artikel 112 van de grondwet! Niets schreeuwt ‘autocratie’ luider dan een president die zijn/haar eigen bezoldiging vaststelt; presidenten en ministers zijn geen vorsten en prinsen, maar officieren in een constitutionele republiek.
De grondwetsschending van 29 november 2024 werd recentelijk acuut, door de 15% loonsverhoging die de Regering aan alle ambtenaren wenst te verstrekken. Deze verhoging zal doorwerken naar het loon van de President, en via de President naar de lonen van DNA-leden, ministers en rechterlijke macht, die allemaal wettelijk zijn vastgesteld op een factor van de bezoldiging van de President. Over deze ‘koppeling’ verscheen veel kritiek in de media.
DNA-leden Pawiroredjo en Gajadien hebben in september 2026 een initiatiefvoorstel ingediend, die de bezoldiging van de President gewoon in de wet vaststelt op SRD130,000. Dat bedrag is gelijk aan de huidige bezoldiging van de President. Hiermee wordt de grondwetsschending van de wet van 29 november 2024 opgeheven. Het gevolg is dat de 15% loonverhoging niet automatisch doorwerkt naar de politieke ambten en rechterlijke macht.
De aandacht in de media is vooral gevestigd op de koppeling tussen het loon van de President en de ambtenaren, en de bezoldiging die in een eerdere versie van het initiatiefvoorstel abusievelijk was verhoogd. Een ander geopperd bezwaar luidt, dat de wijziging van de bezoldiging van de President deel moet zijn van een ‘integrale aanpak’ van de beloning van de politieke ambten en rechterlijke macht.
Dit is echter geen kwestie van politieke afweging, maar van constitutionele orde. De urgentie van het opheffen van grondwetsschendingen kan niet worden overschat. Het is voor onze rechtsvorming van het allergrootste belang dat de initiatiefnemers in de toelichting benadrukken dat deze wijziging een grondwetsschending opheft. Fouten kunnen worden gemaakt. Maar het herbevestigen van constitutionele normen is belangrijk voor de legaliteit van overheidsoptreden in het algemeen. Zonder legaliteit kunnen zowel de Staat als haar officieren en vertegenwoordigers in problemen geraken. Om niet te spreken van de schadelijke effecten van willekeur voor de samenleving en economie.
Grondwetsschendingen in Surinaamse wetten en bestuurshandelingen zijn niet zo zeldzaam (de Surinaamse belastingheffing zit boordevol grondwetsschendingen en constitutionele problemen). Juist daarom is een duidelijke verklaring van de wetgever vereist wanneer zij haar eigen dwaling herstelt. Het zou ook goed zijn als de Nationale Assemblée zich wendt tot het Constitutioneel Hof (artikel 12(3) Wet Constitutioneel Hof), wanneer zij twijfelen of dwalen over de grondwettelijkheid van wetsvoorstellen.
Onconstitutionele wetten kunnen zich op onvoorspelbare tijden en plaatsen wraken. Het loon van die on-grondwettelijkheid, het gebrek aan legaliteit, is niet aangenaam voor de Staat en de samenleving.
Stanley A Esajas
Het loon van (on)grondwettelijkheid
Bron: Starnieuws
28 September 2026
16:47