Er gaat echter veel ernstig mis in de cellenhuizen en de gevangenissen. Er zijn te veel klachten van arrestanten, gedetineerden, familieleden en advocaten over mensen die noodzakelijke medische zorg niet of veel te laat krijgen. Het gaat niet om één incident. Het beeld dat naar voren komt, is structureel en schrijnend. Mensen die naar een internist, cardioloog, orthopeed, tandarts, psycholoog of psychiater moeten, worden niet naar hun afspraak gebracht. Vaak niet één keer, maar herhaaldelijk.
De excuses zijn inmiddels bijna voorspelbaar: geen vervoer, geen manschappen, geen parketwacht, geen mogelijkheid om uren met een arrestant bij een specialist te wachten. Alsof daarmee de zaak is afgedaan. Soms wordt iemand uiteindelijk wel uit het cellenhuis gehaald, maar zo laat dat het consult al voorbij is. Daarna gaat hij gewoon terug achter de tralies en begint het wachten opnieuw. Zelfs wanneer tijdens een rechtszitting wordt aangegeven dat iemand medische behandeling nodig heeft, is er geen garantie dat die behandeling ook daadwerkelijk volgt. Twee maanden later blijkt op de zitting dat de kiespijn niet is aangepakt, terwijl de rechter dat heeft bevolen.
Advocaten bellen, schrijven, vragen en dringen aan. En zelfs zij worden er moedeloos van. Dat moet ons diep verontrusten. Want wanneer advocaten die dagelijks moeten opkomen voor de rechten van verdachten het gevoel krijgen dat zij tegen een muur praten, is er geen sprake meer van een foutje in de organisatie. Dan hebben we te maken met een systeem waarin de rechten van mensen achter gesloten deuren onvoldoende worden beschermd. En laten we vooral niet doen alsof medische zorg aan gedetineerden een gunst van de overheid is. Het is een recht. Mensenrechten worden ernstig geschonden door dit optreden.
Suriname heeft zich verbonden aan internationale mensenrechtenverdragen. Het Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt de lichamelijke, geestelijke en morele integriteit van ieder mens en bepaalt dat mensen die van hun vrijheid zijn beroofd met respect voor hun menselijke waardigheid moeten worden behandeld. De internationale Nelson Mandela Rules zijn even duidelijk: gezondheidszorg voor gevangenen is een verantwoordelijkheid van de Staat. Daar valt niet over te onderhandelen. Geen vervoer is geen mensenrechtenbeleid. Geen manschappen is geen medische diagnose. En personeelstekort ontslaat de Staat niet van zijn zorgplicht.
Wanneer noodzakelijke medische zorg structureel uitblijft vanwege tekorten die al jaren bekend zijn, ligt de verantwoordelijkheid hoger dan de leiding van een cellenhuis. Bij de korpsleiding, het Openbaar Ministerie, het ministerie van Justitie en Politie en uiteindelijk bij de regering. De Staat kan zich tegenover een opgesloten burger niet verschuilen achter zijn eigen organisatorische tekortkomingen.
Nog schrijnender wordt het bij geestelijke gezondheidszorg. Een gebroken been kun je zien. Bloed kun je zien. Maar iemand met ernstige psychiatrische problemen hoeft aan de buitenkant niets te mankeren. Dat maakt zijn behoefte aan behandeling niet minder dringend. Wanneer zo iemand herhaaldelijk niet bij een psycholoog of psychiater terechtkomt, kan wachten levensgevaarlijk worden. Moeten we werkelijk wachten totdat iemand zichzelf iets aandoet, volledig ontspoort of in een medische crisis terechtkomt voordat zijn klachten ernstig genoeg worden gevonden?
Een celstraf of voorlopige hechtenis is geen aanvullende straf van medische verwaarlozing. En veel mensen in cellenhuizen zijn bovendien verdachten. Zij zijn niet veroordeeld en worden volgens onze rechtsorde voor onschuldig gehouden totdat hun schuld is bewezen. Maar zelfs de zwaarst veroordeelde crimineel behoudt zijn fundamentele menselijke waardigheid en zijn recht op noodzakelijke gezondheidszorg. Dat is precies de betekenis van mensenrechten: ze gelden niet alleen voor mensen die wij aardig vinden.
Er moet daarom onmiddellijk worden onderzocht hoe vaak medische afspraken van arrestanten en gedetineerden niet doorgaan, waarom dat gebeurt en welke gevolgen dat heeft gehad. Er moet een registratiesysteem komen waarbij iedere verwijzing, afspraak, annulering en medische noodzaak wordt vastgelegd en gecontroleerd. En iemand moet daarvoor verantwoordelijk en aanspreekbaar zijn. Want achter een gesloten celdeur kan de Staat niet wegkijken. Daar heeft hij juist méér verantwoordelijkheid, niet minder.
Wie de sleutel omdraait en een mens opsluit, neemt ook de verantwoordelijkheid voor diens gezondheid en veiligheid over. Als de Staat vervolgens noodzakelijke medische zorg niet organiseert, is dat niet zomaar een logistiek probleem. Dan gaat het om schending van de mensenrechten van personen die zichzelf niet meer kunnen helpen. En daar moet paal en perk aan worden gesteld.
Nita Ramcharan