De Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS) heeft de regering gevraagd de zogenoemde 5 km-wet niet af te kondigen. De organisatie heeft de besluiten en aanbevelingen van haar miniconferentie vastgelegd in resoluties, die formeel aan Theresia Cirino, lid presidentiële werkgroep Grondenrechten en Decentralisatie is aangeboden.
De Wet Bescherming Woon- en Leefgebieden moet inheemse en tribale gemeenschappen tijdelijk beschermen. De wet voorziet in een verbod op nieuwe houtkap-, goud-, zandwinnings-, mijnbouw- en grootschalige landbouwconcessies binnen een straal van vijf kilometer rond dorpskernen.
Volgens VIDS biedt deze regeling echter onvoldoende bescherming. Traditionele leefgebieden van inheemse gemeenschappen strekken zich volgens de organisatie veel verder uit dan de voorgestelde vijfkilometerzone. Ook wordt in de wet geen collectief eigendomsrecht erkend; de gronden blijven domeingrond.
De organisatie vreest bovendien dat de tijdelijke regeling de volledige wettelijke erkenning van grondenrechten verder kan vertragen. VIDS vraagt daarom onder meer om de volledige traditionele leefgebieden juridisch te beschermen en concessieverlening voor mijnbouw, houtkap, zandwinning en goudwinning binnen inheemse territoria stop te zetten.
Daarnaast pleit de organisatie voor erkenning van het collectieve eigendomsrecht van inheemse volken en volledige uitvoering van het Kali’na- en Lokono-vonnis van het Inter-Amerikaans Hof voor de Rechten van de Mens.
Ook moet volgens VIDS het principe van Free, Prior and Informed Consent (FPIC) worden gerespecteerd. Daarbij moeten inheemse gemeenschappen vooraf, vrij en op basis van volledige informatie kunnen instemmen met ontwikkelingen die hun leefgebieden raken. De organisatie wil daarnaast dat de positie van het traditioneel gezag van kapiteins, basya’s en stamhoofden wettelijk wordt erkend.
‘Onze gebieden zijn al grotendeels in kaart gebracht’
Waarnemend kapitein van Pierre Kondre in Marowijne, Louis Biswane, benadrukt dat de inheemse gemeenschappen al jarenlang werken aan de afbakening van hun gebieden.
“Sinds 2000 zijn we bezig met het demarkeren van onze gebieden. We hebben de meeste gebieden inmiddels in kaart gebracht. Als het aan mij lag, is het morgen al af. Maar het is aan de regering. We hopen dat dit op korte termijn wordt opgelost”, aldus Biswane.
Volgens hem is het de verantwoordelijkheid van de gemeenschappen om op te komen voor hun rechten. “Het is ons volste recht als Surinamers om op te komen voor onze rechten.”
VIDS verwacht dat de regering de resoluties serieus behandelt en met de inheemse gemeenschappen in dialoog blijft om tot een structurele oplossing voor de bescherming van hun woon- en leefgebieden en de erkenning van hun grondenrechten te komen.