De Centrale van Landsdienaren Organisaties (CLO) heeft president Jennifer Simons opgeroepen, aandacht te besteden aan de verslechterende financiële positie van landsdienaren en andere werknemers. Volgens CLO-voorzitter Ronald Hooghart, zijn de inkomens van werknemers sinds 2020 onvoldoende meegegroeid met de stijging van de kosten van levensonderhoud en gezondheidszorg.
In een brief van 20 augustus 2026 aan de president stelt de CLO dat de werkende klasse steeds meer moeite heeft om noodzakelijke medische zorg en voorzieningen te betalen. Vooral de kosten van gezondheidsbrillen zouden volgens de organisatie, voor veel werknemers onbetaalbaar zijn geworden. Een eenvoudige bril kost volgens de CLO, tussen de SRD 20.000 en SRD 30.000. De organisatie wijst daarbij op de sterke verandering van de wisselkoers in de afgelopen zes jaar. In 2020 bedroeg de koers volgens de CLO ongeveer SRD 4 voor de USD en SRD 7 voor de euro. Inmiddels gaat het volgens de organisatie om respectievelijk SRD 37 en SRD 43. De lonen van onder meer landsdienaren zouden daarentegen zijn blijven steken op het niveau van juni 2020. Ook de beschikbaarheid van medicijnen baart de CLO zorgen. Volgens de organisatie zijn verschillende medicijnen niet opgenomen in de zogenoemde medicijnklapper, waardoor patiënten voor bepaalde middelen, zelf aanzienlijke bedragen moeten neertellen. Tegelijkertijd blijven de prijzen stijgen, terwijl gemaakte afspraken over loonverhoudingen volgens de vakorganisatie, onvoldoende worden nagekomen.
De CLO stelt tevens, dat de regering nog steeds niet is begonnen met de inhaalbetalingen in het kader van het gelijkheidsbeginsel. Volgens de organisatie zijn deze betalingen na het aantreden van de regering-Santokhi, stopgezet. De gevolgen daarvan worden volgens Hooghart niet alleen door ambtenaren zelf gevoeld, maar ook door hun gezinnen. Werknemers zouden gedwongen zijn met minder rond te komen en tegelijkertijd hun kinderen en eventueel oudere familieleden te onderhouden.
De CLO plaatst de situatie tegenover de ontwikkeling van de inkomens van politici. Volgens de organisatie zijn de lonen van politici met vele procenten verhoogd, terwijl de werkende bevolking volgens haar met slechts beperkte verhogingen moet zien rond te komen.
In de brief haalt Hooghart ook het geval aan van een 62-jarige Javaanse vrouw die volgens de CLO, al twee jaar op haar pensioen wacht. Volgens de organisatie wordt zij intussen geconfronteerd met de dreiging dat een woning die zij al tientallen jaren bewoont, wordt afgebroken, ondanks dat aan haar een grondbeschikking zou zijn verstrekt.
Volgens de CLO zijn dergelijke situaties illustratief voor de problemen waarmee vooral mensen uit de lagere inkomensgroepen worden geconfronteerd. De organisatie stelt dat beter gesitueerde en politiek gelieerde groepen er daarentegen steeds beter voor staan. De CLO vraagt de president met klem aandacht voor de positie van landsdienaren en de bredere werkende klasse en dringt aan op maatregelen om de ontstane achterstanden en ongelijkheden aan te pakken.