De Surinaamsche Waterleiding Maatschappij (SWM) is volgens minister David Abiamofo van Natuurlijke Hulpbronnen niet voldoende voorbereid op de extra druk die de ontwikkeling van de olie- en gassector op de drinkwatervoorziening zal leggen. Het bedrijf heeft grote investeringen nodig in nieuwe waterbronnen, productiestations en het distributienet. Tegelijkertijd zijn er anno 2026 nog steeds gebieden waar burgers niet beschikken over veilig drinkwater.

Abiamofo maakte in De Nationale Assemblee duidelijk dat de situatie bij de SWM niet los kan worden gezien van de economische ontwikkelingen die Suriname de komende jaren te wachten staan. De vraag naar water zal toenemen en daarvoor moet de capaciteit van het waterbedrijf worden uitgebreid. De minister wees erop dat Groot-Paramaribo voor een belangrijk deel nog afhankelijk is van dezelfde waterbronnen als ongeveer tien jaar geleden. Tegelijkertijd is de vraag naar drinkwater toegenomen. In verschillende gebieden ervaren huishoudens daardoor problemen met de beschikbaarheid en waterdruk.

Volgens Abiamofo zijn investeringen noodzakelijk in nieuwe bronnen, pompen en productiestations. Ook moet het distributienet worden uitgebreid en moet het verlies van geproduceerd water worden teruggedrongen. De minister stelde dat SWM financieel niet in staat is al deze investeringen zelfstandig te dragen. De situatie wordt volgens hem urgenter met het oog op de ontwikkeling van de olie- en gasindustrie. De verwachte economische groei zal niet alleen meer bedrijvigheid met zich meebrengen, maar ook een grotere behoefte aan woningen, dienstverlening en nutsvoorzieningen. De watervoorziening moet daarop worden voorbereid.

Tijdens de behandeling in het parlement werd vanuit verschillende fracties ook aandacht gevraagd voor de dienstverlening van SWM. Assembleeleden klaagden onder meer over onduidelijkheid rond de tarifering, waterrekeningen en de wijze waarop consumenten worden aangeslagen. Rabin Parmessar stelde dat voor consumenten onvoldoende duidelijk is hoeveel zij bij een bepaald waterverbruik moeten betalen. Hij opperde om, zoals eerder rond de elektriciteitstarieven is gebeurd, ook bij SWM meer transparantie in de tariefstructuur te brengen.

Abiamofo erkende dat vooral de communicatie van de nutsbedrijven richting klanten beter moet. Hij zei de zorgpunten van het parlement te delen en gaf aan deze kwestie met de bedrijven te zullen bespreken. Volgens hem moet informatie over procedures, rekeningen en dienstverlening duidelijker toegankelijk worden voor burgers.

Ook de bemetering kwam aan de orde. Vanuit DNA werd erop gewezen dat huishoudens zonder watermeter geen werkelijk gemeten verbruik kunnen worden aangerekend. Abiamofo weersprak echter dat deze huishoudens daardoor niets betalen. Volgens hem wordt in dergelijke gevallen een gemiddeld bedrag in rekening gebracht, waarbij onder meer gebruik wordt gemaakt van informatie en statistieken over het verbruik en de grootte van het huishouden.

De minister benadrukte dat verbetering van de watervoorziening uiteindelijk verder gaat dan de voorbereiding op olie en gas. Het uitgangspunt moet volgens hem zijn dat iedere Surinamer toegang heeft tot veilig drinkwater. Dat is volgens hem op dit moment nog niet overal het geval.