Suriname staat aan de vooravond van een periode van sterke economische groei, maar die groei zal niet automatisch leiden tot duurzame ontwikkeling. Dat stelde econoom Karel Eckhorst tijdens de Summit Duurzaam Suriname 3.0 vorige week in de Ballroom van Hotel Torarica, waar hij terugblikte op de ontwikkeling van Suriname sinds de onafhankelijkheid en de voorwaarden schetste voor de transitie naar een olie- en gaseconomie.

Volgens Eckhorst zullen de toenemende olieproductie en de inkomsten die daarmee samenhangen vrijwel automatisch voor economische groei zorgen. “Maar dat zal niet voldoende zijn om te kunnen spreken van duurzame ontwikkeling. Ontwikkeling moet je organiseren”, benadrukte hij.

Zwakke instituties en leiderschap
Eckhorst ziet vooral tekortkomingen in leiderschap en instituties als belangrijke oorzaken van het feit dat Suriname de afgelopen vijftig jaar onvoldoende vooruitgang heeft geboekt. Ondanks verschillende nationale ontwikkelingsplannen is het volgens hem niet gelukt om de welvaart en het welzijn van alle Surinamers structureel te vergroten.

Hij verwees daarbij naar het bekende gezegde “the fish rots from the head” en stelde dat onder meer de Raad van Ministers, de Staatsraad, de Sociaal-Economische Raad (SER) en De Nationale Assemblee onvoldoende presteren. Ook de wijze waarop politieke partijen kandidaten voor bestuurlijke functies selecteren, moet volgens hem kritisch worden bekeken.

Daarnaast wees Eckhorst op zogenoemde extractieve instituties, die via wetgeving, regelgeving en contracten de winning van natuurlijke en financiële hulpbronnen faciliteren, maar binnenlandse kapitaalvorming en brede participatie belemmeren.

Hervormingen vóór de oliegolf
Voor de komst van grote olie- en gasinkomsten moeten volgens Eckhorst belangrijke hervormingen worden doorgevoerd. Hij pleit onder meer voor de implementatie van de gewijzigde Anticorruptiewet en Aanbestedingswet, de operationalisering van het Spaar- en Stabilisatiefonds en de hervorming van de Comptabiliteitswet en de staatsbegroting.

Ook de Wet op de Staatsschuld, de wet op het Spaar- en Stabilisatiefonds en de Bankwet zouden volgens hem constitutioneel moeten worden verankerd.

Eckhorst benadrukte dat de private sector, het onderwijs, de infrastructuur en de industrialisatie belangrijke pijlers van de ontwikkeling moeten worden. Zonder een transformatie van leiderschap en instituties zal Suriname er volgens hem niet in slagen zijn natuurlijke rijkdom om te zetten in duurzaam menselijk kapitaal.

“Laten we dat organiseren. Het kan en het moet”, besloot Eckhorst.