
President Jennifer Simons heeft de Nederlandse ambassadeur in Suriname, Walter Oostelbos, ontvangen voor zijn afscheidsaudiëntie. Bij de ontmoeting op dinsdag 4 augustus 2026 op het Kabinet van de President, blikte de diplomaat terug op een positieve samenwerking. De Nederlandse gezant liet doorschemeren dat de relatie met Suriname zakelijker zal worden ingevuld. Ambassadeur Oostelbos beëindigt zijn ambassadeurschap en vertrekt op 14 augustus terug naar Nederland. De diplomaat blikt met warme gevoelens terug op zijn periode in Suriname.
“Ik heb me altijd welkom gevoeld. Jullie wonen in een prachtig land. Vergeet goud en hout, want de absolute rijkdom van Suriname, dat zijn de mensen. En die ga ik het meest missen.” Volgens de ambassadeur hebben Suriname en Nederland sinds 2020 opnieuw een positieve ontwikkeling in hun relatie ingezet. “Nederland en Suriname zijn familie, en we kunnen eigenlijk niet zonder elkaar. In alle families heb je pieken en dalen, maar het allerbelangrijkste in een familie is dat je elkaar vast blijft houden.” Minister Melvin Bouva van Buitenlandse Zaken, Internationale Handel en Samenwerking spreekt van “een dynamische relatie, waarbij we nu echt kijken naar ons belang”.
De bewindsman benadrukt dat Suriname en Nederland werken aan “een gelijkwaardige relatie”. De samenwerking wordt volgens ambassadeur Oostelbos steeds meer gebaseerd op gelijkwaardigheid, wederzijds respect en vertrouwen. Nederland heeft 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor de komende vijf jaar. De middelen zijn gericht op onder meer versterking van de rechtsstaat, vergroting van het verdienvermogen van de overheid, versterking van infrastructuur en waterbeheer en maatschappelijke en sociale ontwikkeling.
Ook het visumbeleid kwam tijdens het gesprek met de president aan de orde. Ambassadeur Oostelbos wees erop dat dit een EU-aangelegenheid is en riep Suriname op om in Brussel formeel het traject naar visumvrij reizen in te zetten. Tegelijkertijd blijft Nederland zich inzetten om wachttijden zo kort mogelijk te houden. Minister Bouva noemde het visumvraagstuk “een belangrijk punt van bespreking”. Volgens hem moet het reizen voor Surinamers eenvoudiger, soepeler en menswaardiger worden.