De regering Geerlings-Simons bestaat uit zes partijen die verschillende stromingen, fusiepartners en politieke tradities vertegenwoordigen. Opvallend is dat de VHP, ondanks het feit dat zij slechts één zetel minder behaalde dan de NDP, geen deel uitmaakt van de regeringscoalitie. Dat roept de vraag op of het, gezien de uitzonderlijke opgaven waarvoor Suriname staat, zinvol zou zijn ook andere vormen van bestuurlijke samenwerking te verkennen.
Een veranderde politieke werkelijkheid
Met het wegvallen van de twee dominante politieke hoofdrolspelers, Desi Bouterse en Chandrikapersad Santokhi, is een nieuwe politieke fase aangebroken. Daarmee zijn de ideologische en programmatische verschillen tussen beide partijen niet verdwenen, maar de persoonlijke tegenstelling die jarenlang als psychologische en politieke blokkade fungeerde, heeft haar dominante invloed verloren. Daardoor ontstaat ruimte om de verhouding tussen de twee grootste politieke partijen opnieuw te bezien. Niet vanuit historische emoties of wederzijdse verwijten, maar vanuit de vraag welke vorm van samenwerking Suriname het best in staat stelt de grote economische en maatschappelijke opgaven van de komende decennia het hoofd te bieden.
Stabiliteit als voorwaarde voor ontwikkeling
De komende jaren zullen besluiten worden genomen die de economische en maatschappelijke ontwikkeling van Suriname langdurig zullen beïnvloeden. De besteding van toekomstige olie- en gasinkomsten, de versterking van de rechtsstaat, de verbetering van het investeringsklimaat, de modernisering van de economie, de versterking van de geestelijke gezondheidszorg, de vergroting van de veiligheid van burgers en de verdere professionalisering van het openbaar bestuur vragen om consistent beleid dat meerdere regeringsperioden kan overstijgen.
Internationale ervaringen laten zien dat brede politieke samenwerking onder dergelijke omstandigheden geen uitzondering is. In verschillende stabiele democratieën hebben politieke rivalen tijdens perioden van grote nationale uitdagingen gezamenlijk verantwoordelijkheid genomen om bestuurlijke stabiliteit en maatschappelijk vertrouwen te waarborgen. Zulke samenwerkingsvormen zijn geen uiting van politieke zwakte, maar juist van bestuurlijke volwassenheid.
Één regeringsbeleid of meerdere politieke agenda's?
Elke coalitie bestaat uit partijen met eigen accenten en belangen. Dat is een normaal verschijnsel binnen een parlementaire democratie. De kernvraag is echter of die verschillen uiteindelijk voldoende worden samengebracht in één samenhangend regeringsbeleid.
Wie de vergaderingen van De Nationale Assemblée volgt, kan de indruk krijgen dat partijpolitieke profilering soms zwaarder weegt dan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het regeringsbeleid. Dat betekent niet dat de huidige coalitie ter discussie staat. Wel rijst de vraag of een compactere coalitie, waarin de grootste politieke stromingen gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen voor een breed gedragen programma, op langere termijn meer bestuurlijke stabiliteit kan bieden.
Van reshuffeling van ministers naar heroverweging van partijpolitieke samenwerking
In de Surinaamse politieke praktijk wordt bij bestuurlijke spanningen vaak gedacht aan een reshuffeling van ministers. Dat instrument kan in bepaalde situaties noodzakelijk zijn, maar vormt niet altijd de enige oplossing. Misschien is het tijd de discussie breder te voeren. Niet alleen de samenstelling van een kabinet, maar ook die van partijpolitieke samenwerkingsverbanden zou onderwerp van bestuurlijke reflectie kunnen zijn.
Wanneer nationale omstandigheden ingrijpend veranderen, is het niet onredelijk om bestaande coalitievormen opnieuw te beoordelen op hun bijdrage aan stabiliteit, continuïteit en bestuurlijke slagkracht. Dat is geen pleidooi om de huidige regering ter discussie te stellen, maar wel een uitnodiging open te blijven staan voor bestuursvormen die beter aansluiten bij de uitdagingen van een nieuwe economische fase.
Een onafhankelijke bestuurlijke verkenning
Overwogen kan worden een onafhankelijke informateur of verkenner een beperkte opdracht te geven. Niet om een nieuwe coalitie te vormen, maar om objectief te onderzoeken of tussen de NDP en de VHP voldoende inhoudelijke overeenstemming, wederzijds vertrouwen en bestuurlijke bereidheid bestaat om op strategische dossiers gezamenlijk verantwoordelijkheid te dragen.
Zo'n verkenning kan verschillende uitkomsten hebben. Zij kan aantonen dat samenwerking niet haalbaar is. Zij kan echter ook duidelijk maken dat op belangrijke beleidsterreinen wel degelijk een breed nationaal akkoord mogelijk is. Beide uitkomsten zijn waardevol, omdat zij zijn gebaseerd op inhoudelijke analyse en niet uitsluitend op historische beeldvorming of politieke reflexen.
Uitnodiging tot bestuurlijke reflectie
Het voorstel om een onafhankelijke bestuurlijke verkenning uit te voeren is geen pleidooi voor een vooraf vaststaande coalitie tussen de NDP en de VHP. Evenmin is het kritiek op de huidige regering. Het is een uitnodiging om, in een fundamenteel veranderde politieke werkelijkheid, opnieuw na te denken over de bestuursvorm die Suriname het best voorbereidt op de kansen én verantwoordelijkheden van de komende decennia. Juist daarom verdient iedere bestuurlijke mogelijkheid die kan bijdragen aan stabiliteit, continuïteit en maatschappelijk vertrouwen een open en onbevangen beoordeling.
Headly R. Binderhagel