Suriname blijft gevangen in een schaamteloze, systematische vernietiging van de natuur, Inheemsen en hun cultuur. De goudkoorts, met natuurvernietiging (zoals de vergiftiging van de Saramaccarivier) en de vernietiging van de bestaanszekerheid van Inheemsen, gaat eindeloos door, van oost naar west en van noord naar zuid. Tegelijkertijd wemelt het van holle beleidsslogans als "De mens staat centraal" door regeringsfunctionarissen.
Schending van mensenrechten en natuur
Reeds vóór het uitroepen van de Republiek Suriname in 1975 zien we een systematische voortzetting van de koloniale schending van mensenrechten en de natuur. Surinames "Trotse stromen" zijn de afgelopen halve eeuw verworden tot holle woorden en vergiftigde stromen, waar koel winstbejag en de uitverkoop van minerale rijkdom de boventoon voeren. Achtereenvolgende regeringen geven voorrang aan (buitenlandse) mijnbouwbelangen en roofzuchtige Surinaamse elites. Inheemsen en Marrons in het binnenland betalen daarvoor de prijs met een onmenswaardig bestaan. Dit staat haaks op regeringsbeloften om de ontwikkeling van Inheemse en tribale volken aan te pakken.
Protesten
Toen de regering van Suriname in 1975 met het West-Surinameplan de bestaanszekerheid van tribale en Inheemse volken terzijde legde, organiseerde de Inheemse beweging Kano in 1976 een protestmars van Albina naar Paramaribo voor de erkenning van collectieve rechten.
Het vernietigen van leefgebieden van Inheemsen en Marrons in Oost- en West-Suriname was toen al schering en inslag. De spanningen tussen de Staat Suriname en Inheemsen in West-Suriname bestonden al vóór de onafhankelijkheid, met de voorbereidingen voor het West-Suriname-bauxiet- en waterkrachtproject. De toenmalige regering liet in en rond Apoera Inheemse kostgronden bulldozeren. De regeringsadviescommissie-Quintus Bosz adviseerde tegen de collectieve aanspraken van Inheemse gemeenschappen. Daarom voerden Inheemsen, gesteund door Marronorganisaties, van 1978 tot 1980 acties voor collectieve rechten, met protesten tegen de ontginning van mineralen en bossen in hun woongebieden.

Inheemse protestmars Albina–Paramaribo, 1976
Vergiftiging Saramaccarivier en Pikin Saron
Het recente drama van de vissterfte in de Saramaccarivier staat niet op zichzelf, maar vormt een dramatische voortzetting van de schending van mensenrechten en de aantasting van de natuur in en rond het Inheemse dorp Pikin Saron. Vers in het geheugen ligt nog de dood van twee Inheemsen in 2023 na een opstand tegen de gronduitgifte in hun leefgebied. De vrijspraak van de politiefunctionarissen die, onder de dekmantel van de democratische rechtsstaat, onlangs zijn vrijgesproken van betrokkenheid bij de dood van deze Inheemsen, roept vele vragen op. Dit is geen incident, maar een pijnlijke herhaling van mensenrechtenschendingen van Inheemse volken dwars door Suriname.
In Pikin Saron, met ruim 400 inwoners, zijn visserij, jacht en houtkap belangrijke bestaansmiddelen. Sinds de 21e eeuw zijn de goudwinning en kaalkap in het leefgebied toegenomen, met betrokkenheid van staatsbedrijf Grassalco. Al jaren wordt melding gemaakt van ernstige schendingen van de rechten van Inheemsen, zoals het verstrekken van concessies aan niet-Inheemse ondernemers in het leefgebied van Pikin Saron.
Inwoners, die van jongs af aan leven van jacht en visvangst in en rond de Saramaccarivier, ondervinden problemen door kwik- en cyanidevervuiling van het rivierwater. Al jaren kan het rivierwater niet meer worden gebruikt en worden veel inwoners hierdoor ziek. Vooral in het ongeveer 30 kilometer verderop gelegen Maripaston is de Saramaccarivier ernstig vervuild.
Fisti prodo vol tegenstrijdigheden
Achtereenvolgende regeringen, grondwettelijke instituten en ondernemers miskennen Inheemse en tribale volken in Suriname en schenden systematisch hun mensenrechten: een voortzetting van het koloniale systeem. Erger nog, dit systeem is strijdig met de preambule van onze Grondwet: "Geïnspireerd door de liefde voor dit land en het geloof in de kracht van de Allerhoogste en geleid door de eeuwenlange strijd van ons volk tegen het kolonialisme, welke werd beëindigd met de vestiging van de Republiek Suriname op 25 november 1975."
Achtereenvolgende regeringen blijven vasthouden aan minerale exploitatie als speerpunt. Hierdoor zien zij, te midden van de tegenstrijdige beleidsbomen, de 93 procent bosbedekking niet meer, behalve als fisti prodo tijdens klimaatconferenties en regeringsverklaringen.
Het drama van de recente vissterfte in de Saramaccarivier is volgens de auteur een systematische schending van de rechten van Inheemsen. Dit staat in het verlengde van het niet erkennen van Inheemsen als rechtmatige bewoners van Suriname, inclusief de bewoners van Pikin Saron en andere door de vergiftiging van rivieren getroffen dorpen.
Zevenvoudig krachtenveld
"De mens staat centraal. Elke hervorming, elke investering en elke beleidskeuze is uiteindelijk gericht op meer zekerheid, meer kansen en een betere toekomst voor alle Surinamers," aldus de Coördinator Communicatie van het Kabinet van de President op 7 juli 2026 in Starnieuws. Deze zoveelste misser geeft volgens de auteur blijk van het feit dat men niet begrijpt wat ontwikkeling inhoudt: de mens in harmonie met de natuur centraal stellen via participatie, diversiteit en duurzaamheid, zoals ook Inheemsen ons leren.
De enorme uitdaging voor Inheemsen is zich te bevrijden uit een zevenvoudig krachtenveld: grondconversie, goud, hout, grootschalige landbouw door Mennonieten, bauxiet, goud en straks offshore-olie.
Jack Menke