NDP-fractieleider Rabin Parmessar vindt dat de regering te lang wacht met antwoorden over gevoelige kwesties, waaronder de verdwijning van ruim 300 kilo kwik bij de politiepost Geyersvlijt. Volgens hem ontstaat hierdoor de indruk dat het parlement niet serieus wordt genomen.

Tegenover Suriname Herald geeft Parmessar aan dat het parlement wel op de hoogte kan worden gesteld van eenvoudige zaken die in een openbare vergadering kunnen worden behandeld. Volgens hem mag deze kwestie niet in de doofpot belanden.

Tijdens de openbare vergadering van De Nationale Assemblée merkte Parmessar op dat, ondanks herhaalde vragen vanuit het college, antwoorden van de regering al bijna drie weken uitblijven. “We kunnen dit niet accepteren. Dit is een dikke min voor de regering”, stelde hij tijdens de vergadering.

Volgens Parmessar wil de samenleving weten waar het kwik naartoe is gegaan, wie betrokken was bij het transport en wat de stand van zaken is in het onderzoek. Hij zei ook niet te willen volstaan met de mededeling dat de zaak nog in onderzoek is. Die fase is naar zijn oordeel allang voorbij.

Een andere kwestie die hem stoort en waarop volgens hem evenmin duidelijke antwoorden komen, is de vissterfte in de Saramaccarivier. Parmessar zei zich niet te kunnen voorstellen dat, ondanks de betrokkenheid van deskundigen, nog altijd geen helderheid bestaat over de oorzaak van de vissterfte.

Parmessar kreeg ondersteuning van Ebu Jones (NDP), die aangaf dat er geen selectieve informatie aan de samenleving kan worden gegeven. Volgens hem is er te veel ruis ontstaan, mede doordat namen van hooggeplaatste personen worden genoemd.

Bezwaren tegen besloten behandeling
De discussie over de verdwenen partij kwik leidde ook bij andere fracties tot bezorgdheid over de manier waarop de regering informatie met het parlement wil delen. Meerdere assembleeleden vinden dat een zaak met zo’n grote maatschappelijke lading niet zonder meer achter gesloten deuren moet worden behandeld, zeker omdat ook de integriteit van het politieapparaat ter discussie staat.

NPS-fractieleider Jerrel Pawiroredjo maakte duidelijk dat een comité-generaal volgens het ordereglement alleen in uitzonderlijke gevallen moet worden ingezet. “Als we van een ordinaire fu furu een kwestie van staatsveiligheid maken, waarbij het ordereglement zegt dat daarover niet gesproken mag worden, dan duwen wij het in de richting van een doofpotzaak”, zegt hij. Dit terwijl wij hier hebben gevraagd hoe kwik kan verdwijnen uit een politiebureau dat omringd is door politiemannen.

Hij vindt dat het parlement voorzichtig moet zijn met besloten vergaderingen bij kwesties waarbij de samenleving juist om duidelijkheid vraagt. Deze kwestie moet volgens hem in het openbaar worden behandeld. Hij vraagt zich af of deze kwestie de status van staatsveiligheid heeft en of er mogelijk een buitenlandse mogendheid bij de diefstal van het kwik betrokken is. Hij stelt die vragen sarcastisch en gaf meteen zelf het antwoord: “Nee”.

Ook Krishna Mathoera (VHP) plaatste de kwestie in een breder kader. Zij wees op eerdere signalen over verdwenen goederen, mogelijke afpersing en andere integriteitsproblemen binnen het politieapparaat. Volgens haar moet de regering daarom niet alleen uitleg geven over het strafrechtelijk onderzoek, maar ook aangeven welke bestuurlijke maatregelen worden getroffen om herhaling te voorkomen.

Minister André Misiekaba, die de aanwezigheid van de regering in het parlement coördineerde, wees de kritiek van Parmessar van de hand dat het parlement niet serieus wordt genomen. Hij stelde dat de regering tijdens de begrotingsbehandeling al op verschillende punten is ingegaan. Voor nadere informatie over de kwikzaak verwees hij naar minister Harish Monorath van Justitie en Politie.

De regering houdt eraan vast dat het onderzoek onder leiding van het Openbaar Ministerie nog loopt. Volgens Misiekaba kunnen bepaalde namen en onderzoeksdetails niet zomaar in een openbare vergadering worden gedeeld, omdat dit het onderzoek kan schaden. Als het parlement toch behoefte heeft aan gevoelige informatie, geeft hij er de voorkeur aan dat dit in comité-generaal gebeurt.

DNA-voorzitter Ashwin Adhin gaf aan dat na overleg met de regering een vergadering kan worden uitgeschreven. Wanneer blijkt dat de informatie openbaar kan worden verstrekt, kan de behandeling in het openbaar plaatsvinden. Als er toch vertrouwelijke details aan de orde komen, kan de vergadering eerst besloten beginnen, waarna De Nationale Assemblée zelf kan bepalen of de behandeling openbaar wordt voortgezet.