HET ENE ONDERWIJSCONGRES is nauwelijks achter de rug of het andere wordt gehouden. Van maandag tot en met woensdag vond de ‘tweede fase van het Nationaal Onderwijscongres 2026’ plaats, waarbij de deelnemers de zo inmiddels welbekende gebruikelijke clichés om de oren vlogen. Ook keynotespeaker Jennifer Geerlings-Simons deed wat dat betreft een duit in het zakje door te stellen dat “je niet kunt leren in een klas waar het plafond dreigt in te storten en houtluizen op je hoofd vallen”.
Maar wie denkt dat na het driedaagse congres een pasklare oplossing is bedacht, waardoor deze en de vele andere problemen in het onderwijsveld binnen afzienbare tijd tot het verleden zullen gaan behoren, komen waarschijnlijk weer bedrogen uit. Zoals dat ook na de vorige congressen, seminars en bijeenkomsten het geval was.
Het zoveelste eindrapport belandt zeer waarschijnlijk uiteindelijk ergens in een la op het verantwoordelijke ministerie of op het kabinet van de president
De ervaring heeft geleerd dat deze vooral als zogenaamd belangrijke praatclubjes fungeren waarbij beleidsmakers, onderwijsdeskundigen en maatschappelijke actoren ‘samenwerken aan een toekomstgerichte onderwijsvisie voor Suriname’, maar die uiteindelijk helemaal niets opleveren waar leerlingen en leerkrachten iets aan hebben. En dat zijn toch de voornaamste groepen waar het om gaat.
Geerlings-Simons schetste het trieste beeld van de huidige staat van het onderwijs, dat iedereen natuurlijk al kent. Ze drong ook aan op “oplossingen voor vandaag en een stevig fundament voor morgen”. Er werd weer lustig op los gereflecteerd en de urgentie benadrukt dat er nú wat moet gebeuren. De aanwezige gevestigde orde, zoals voormalig Onderwijsminister Robert Peneux, bejubelde Geerlings-Simons omdat hij haar “als eerste president zo diep op onderwijs had horen ingaan” en stak de loftrompet af over haar “inhoudelijk sterke bijdrage”.
Maar er viel ook de nodige kritiek te horen. Vanuit andere hoeken klonken meer sceptische geluiden. “We hebben geen congressen nodig om te weten wat er moet gebeuren”, zei assembleelid Poetini Atompai (NPS). En daarmee sloeg hij de spijker op de kop, want iedereen wordt er doodmoe van dat er alleen maar wordt gepraat maar niets wordt gedaan. De pijnpunten zijn al jaren bekend en het is nu tijd voor echte actie. “We moeten scholen bouwen en leerkrachten beter betalen. Dat is de basis”, vindt Atompai.
Maar toch deden politici, beleidmakers en deskundigen weer hun best om tijdens het congres een aanzet te geven om met veel gepraat het onderwijs in het hele land te verbeteren. Er werden weer allemaal fraaie ideeën gespuid, die vervat zullen worden in het zoveelste eindrapport. Dat belandt zeer waarschijnlijk uiteindelijk ergens in een la op het verantwoordelijke ministerie of het kabinet van de president. En waar uiteindelijk niets concreets mee zal worden gedaan.
Maar aan de organisatie van dit congres hebben wel een aantal mensen zeer veel geld verdiend – in ieder geval meer dan de gemiddelde leerkracht per jaar aan salaris ontvangt. Het onderwijs is in feite van latere zorg; dat komt bij het volgende congres wel!