Vanuit de financiële sector bestaan toenemende zorgen over de voorbereiding, coördinatie en opvolging van de aankomende National Risk Assessment (NRA) en het bredere traject rond de bestrijding van witwassen, terrorismefinanciering en proliferatiefinanciering (AML/CFT/CPF). Volgens een publicatie in de nieuwslijn van de Vereniging Surinaams Bedrijfsleven (VSB) dreigt onvoldoende centrale regie de effectiviteit van het nationale raamwerk onder druk te zetten.

Hoewel Suriname de afgelopen jaren belangrijke stappen heeft gezet op wetgevend en institutioneel niveau, wordt erop gewezen dat momenteel onvoldoende centrale focus en aansturing zichtbaar zijn om de vereiste effectiviteit duurzaam te waarborgen.

Voor de financiële sector is dit volgens de publicatie geen theoretische kwestie. De uitkomsten van de NRA en de beoordeling van de effectiviteit van het AML/CFT-raamwerk kunnen directe gevolgen hebben voor correspondent banking-relaties, internationale transacties, investeerdersvertrouwen, reputatierisico’s en de toenemende compliance-verplichtingen van financiële instellingen.

Wegvallen AML-PIU baart zorgen
Een belangrijk aandachtspunt is het wegvallen van de AML Project Implementation Unit (AML-PIU). Deze eenheid vervulde volgens de analyse een essentiële rol bij de operationele coördinatie, monitoring en implementatie van AML/CFT-gerelateerde acties.

Vanuit verschillende signalen binnen het veld zou blijken dat de unit sinds medio 2025 niet langer actief is. Hierdoor ontstaat volgens de financiële sector het risico op verlies van institutionele kennis, versnippering van verantwoordelijkheden en onvoldoende structurele opvolging van actiepunten die voortvloeien uit de vereisten van de Caribbean Financial Action Task Force (CFATF) en de Financial Action Task Force (FATF).

De sector benadrukt dat juist in deze fase consistente centrale aansturing van groot belang is. De NRA mag volgens de analyse niet worden gezien als een eenmalige compliance-oefening of documentatieproces, maar moet dienen als strategisch fundament voor een risicogebaseerde AML/CFT-aanpak binnen zowel de publieke als private sector.

Meerdere aandachtspunten
Vanuit financieel-sectoraal perspectief worden verschillende risico’s gesignaleerd. Daarbij wordt gewezen op een gebrek aan zichtbare centrale coördinatie en governance rond de implementatie van NRA-uitkomsten, een mogelijk beperkte betrokkenheid van de financiële sector en andere rapporterende instellingen, tekortkomingen in dataverzameling en informatie-uitwisseling en een verhoogd risico op inconsistente toepassing van risicogebaseerd toezicht.

Daarnaast wordt gewezen op een mogelijke overmatige focus op technische compliance in plaats van aantoonbare effectiviteit, een gebrek aan zichtbare nationale prioriteiten voor hoogrisicosectoren, risico’s op vertraging bij de implementatie van maatregelen en een grotere kwetsbaarheid voor internationale reputatieschade indien onvoldoende vooruitgang richting CFATF- en FATF-vereisten kan worden aangetoond.

Bestaande risico’s blijven aanwezig
Volgens de analyse blijft Suriname ook kwetsbaar voor risico’s die in eerdere beoordelingen en NRA’s reeds naar voren zijn gekomen.

Genoemd worden onder meer het grote aandeel van contante transacties, informele geldstromen, grensoverschrijdende geldbewegingen, activiteiten binnen de illegale goudsector, corruptierisico’s en beperkte transparantie rond uiteindelijk belanghebbenden (beneficial ownership).

De financiële sector stelt dat de resultaten van de NRA moeten worden vertaald naar concrete, meetbare en sectorspecifieke actiepunten met duidelijke verantwoordelijkheden, tijdlijnen en periodieke monitoring.

Zonder effectieve opvolging bestaat volgens de analyse het risico dat financiële instellingen extra compliance-investeringen moeten doen zonder voldoende nationale ondersteuning, richtlijnen of coördinatie.

Focus op effectiviteit
Verder wordt benadrukt dat internationale beoordelaars steeds minder kijken naar uitsluitend de aanwezigheid van wet- en regelgeving en steeds meer naar aantoonbare effectiviteit van het systeem.

De centrale vraag zal volgens de analyse zijn of Suriname daadwerkelijk in staat is risico’s op witwassen, terrorismefinanciering en proliferatiefinanciering tijdig te identificeren, te beperken en effectief te handhaven.

Daarom wordt gepleit voor herstel of versterking van de nationale AML/CFT-coördinatie, actieve betrokkenheid van publieke en private stakeholders, zichtbare integratie van NRA-uitkomsten in beleid en toezicht, structurele beschikbaarheid van sectorspecifieke richtlijnen en voldoende gespecialiseerde capaciteit en middelen.

De financiële sector stelt dat de focus uiteindelijk moet verschuiven van het afvinken van regels naar aantoonbare effectiviteit.

Gezien de mogelijke gevolgen voor de internationale positie van Suriname en de stabiliteit van de financiële sector verdient dit onderwerp volgens de publicatie verhoogde aandacht en prioriteit op nationaal niveau.