Tijdens de herdenking van de Tweede Wereldoorlog op 4 mei is stilgestaan bij de rol en offers van Surinamers in deze wereldwijde strijd. Bij het monument aan de Waterkant werden kransen gelegd en werd opgeroepen om de bijdrage van Suriname blijvend te erkennen en door te geven aan volgende generaties.

Minister van Defensie Uraiqit Ramsaran benadrukte in zijn toespraak het belang van historisch besef. “Wie het verleden niet kent, zal de toekomst niet begrijpen”, stelde hij. Hij stond stil bij de mannen en vrouwen die tijdens de oorlog hun leven hebben gegeven en benadrukte dat hun offers deel blijven uitmaken van de nationale identiteit.
Volgens de minister begint veiligheid niet alleen bij grenzen, maar ook bij verbondenheid binnen de samenleving. “Zij stonden op toen vrijheid onder druk stond. Hun verhaal is geen afgesloten verleden, maar een nalatenschap die wij meedragen”, zei Ramsaran.
Suriname speelde tijdens de oorlogsjaren een strategische rol, met name door de levering van bauxiet, een essentiële grondstof voor de Amerikaanse oorlogsindustrie. Daarnaast namen honderden Surinaamse militairen deel aan de oorlog onder Nederlandse vlag. Van deze groep zijn Wilfred van Gom en August Hermelijn de enige nog levende vertegenwoordigers.
Bevelhebber van het Nationaal Leger Mitchell Labadie onderstreepte het belang van blijvende aandacht voor deze geschiedenis. Hij kondigde aan dat de Surinaamse bijdrage aan de Tweede Wereldoorlog structureel zal worden opgenomen in de militaire opleidingen.
Labadie noemde vier groepen die gezamenlijk het Surinaamse hoofdstuk van de oorlog vormen: militairen die onder Nederlandse vlag sneuvelden, verzetsstrijders die actief waren tegen de bezetter, Surinaamse Joden die slachtoffer werden van deportatie en genocide, en zeevarenden die omkwamen op de Atlantische Oceaan door Duitse aanvallen. “Deze geschiedenis mogen wij nooit vergeten”, stelde de bevelhebber. “Het is onze verantwoordelijkheid om die kennis levend te houden en door te geven.”