De internationale olieprijs is maandag sterk gestegen en heeft het hoogste niveau bereikt sinds 2022. De prijsstijging wordt veroorzaakt door de escalerende oorlog tussen de Verenigde Staten, Israël en Iran, waardoor olieproductie en transport in het Midden-Oosten ernstig worden verstoord.
De prijs van Brent-olie steeg tijdens de handel tot 119,50 dollar per vat, de grootste stijging op één dag ooit gemeten. Later op de dag lag de prijs nog steeds ruim boven de 100 dollar. Ook de Amerikaanse olieprijs (WTI) bereikte bijna hetzelfde niveau.
De markt reageert vooral op de vrees dat de Straat van Hormuz, een belangrijke zeeroute voor olie- en gastransport, vrijwel is afgesloten. Ongeveer een vijfde van de wereldwijde olie- en LNG-export passeert normaal via deze zeestraat. Door de oorlog dreigen grote verstoringen in de internationale energievoorziening.
Naast de spanningen op zee speelt ook een daling van de olieproductie in de regio een rol. In Irak is de productie uit belangrijke olievelden met ongeveer 70 procent gedaald, onder meer doordat opslagfaciliteiten hun maximale capaciteit hebben bereikt. Ook Koeweit heeft aangekondigd de productie te verlagen en leveringen tijdelijk op te schorten.
Analisten verwachten dat ook grote producenten zoals Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten mogelijk hun productie moeten verminderen wanneer de opslagcapaciteit verder onder druk komt te staan.
De geopolitieke spanningen namen bovendien toe nadat Mojtaba Khamenei werd aangewezen als de nieuwe hoogste leider van Iran, na het overlijden van zijn vader Ali Khamenei. Volgens waarnemers wijst deze benoeming erop dat hardliners de macht in Teheran stevig in handen houden terwijl het conflict voortduurt.
De gevolgen van de crisis zijn wereldwijd merkbaar. In de Verenigde Staten steeg de benzineprijs tot ongeveer 3,22 dollar per gallon, het hoogste niveau in jaren. Economen waarschuwen dat consumenten en bedrijven mogelijk weken of zelfs maanden te maken krijgen met hogere brandstofprijzen, zelfs als het conflict relatief snel eindigt. Dit komt doordat olie-installaties zijn beschadigd, logistieke routes zijn verstoord en transport door het conflict risicovoller is geworden.
Om de druk op de energieprijzen te verlichten, wordt internationaal gesproken over het vrijgeven van strategische olievoorraden. Politieke leiders in onder meer de Verenigde Staten en Europa willen hierover overleg voeren binnen de G7-groep van industrielanden.
De ontwikkelingen onderstrepen hoe gevoelig de wereldmarkt blijft voor spanningen in het Midden-Oosten, waar een groot deel van de mondiale olieproductie geconcentreerd is. Economen vrezen dat een langdurige oorlog kan leiden tot hogere inflatie en extra druk op de wereldeconomie.